Nederlands

Niemand durft te zeggen

“We melden elke dag de coronacijfers, maar ik zie nooit de cijfers van oplopende wachtlijsten, van operaties die niet doorgaan.

We maken een passieve, oneerlijke keuze, door te laten gebeuren dat de ic’s vol liggen met coronapatiënten, en de overige zorg af te schalen. Alsof coronapatiënten zieliger zijn dan andere patiënten. Dat is onrechtvaardig.

Maar ik zou wel graag oproepen: maak een klein groepje inhoudsdeskundigen, echte specialisten op dit gebied. Laat hen op rationele gronden op papier zetten: zó zou de zorg verdeeld moeten worden.

Zeshonderd patiënten op de ic en 1600 in de rest van het ziekenhuis ontwrichten op dit moment een hele bevolking, een heel land.

Het zorgpersoneel, de leraren, brandweerlieden, politieagenten. Als zij veilig hun werk kunnen doen, kijk je vervolgens naar de mensen die op de ic terechtkomen en daardoor nu de zorg blokkeren en de samenleving op slot houden. Dat zijn de vijftigers en zestigers, mannen met overgewicht. Als ik moet kiezen tussen een vaccin voor mijn 86-jarige vader of voor een huisarts, dan zeg ik: geef het aan de huisarts.

Mensen die bijna aan het einde van hun leven zijn, soms al dement, krijgen een vaccin. Dat klinkt heel barmhartig, en lief. Net zoals het heel barmhartig klinkt dat we de coronazorg nu steeds voor laten gaan op andere zorg. Maar als je goed nadenkt is het anti-sociaal.

Ik vrees dat we in onze luxe maatschappij niet in staat zijn, nooit geleerd hebben, om dit soort keuzes te maken. De politiek ook niet. Niemand durft te zeggen: we moeten minder coronapatiënten toelaten op de ic.

Ik denk dat het ligt aan de politiek-correcte, braafpraterige cultuur in veel westerse landen. En met die braafpraterij overwin je geen crisis. We willen niet onder ogen zien wat er écht aan de hand is. Het erkennen van eindigheid, dat een oud iemand op een gegeven moment gewoon doodgaat, dat vinden we ook moeilijk.” – IC-baas en hoogleraar Armand Girbes.

Rave Nieuwjaar 2021

Het nieuwe jaar wordt jaarlijks ingeluid volgens de Gregoriaanse kalender om middernacht, als we van de 31e december overgaan op de 1e van januari. Weliswaar is dit het einde van de kalender, maar niet het einde van de jaarcyclus van de zon.

Het Human Design Systeem volgt de cyclus van de zon, een kosmisch patroon. De zon begint een nieuwe cyclus op het moment dat hij zijn intrede maakt in poort 41. Poort 41 is een startcodon, het enige startcodon.
Dit jaar treedt de zon poort 41 binnen op 21 januari 2021 om 20:49:33 uur (lokale tijd Den Haag). Op dat moment begint de nieuwe cyclus, het nieuwe jaar. Poort 41, gelegen in het wortelcentrum, maakt onderdeel uit van de stroom van gevoel. Het levert de brandstof van verlangen, de honger om nieuwe ervaringen op te doen zonder enig doel of bijbedoeling. Zonder doel blijkt ook uit de naam van het incarnatiekruis waartoe poort 41 behoort, namelijk het Incarnatiekruis van het Onverwachte.
Een nieuwe ervaring aangaan is abstract, je weet niet wat er gaat gebeuren. Het is achteraf, na de ervaring te hebben meegemaakt, dat je erop kunt terugkijken en er een gevoel aan toekent, bv het jaar 2020 voelde zus of zo voor mij. Dat gevoel wordt opgeslagen in ons geheugen.

Bij de cyclus van de zon schijnt zijn licht bij binnenkomst altijd eerst op de 1e lijn van de poort. Elke poort of hexagram heeft 6 lijnen, waarbij elke lijn een specifieke trilling bezit. De 1e lijn van poort 41, heet redelijkheid, de passende vertegenwoordiging van verantwoordelijkheid.

Laten we in redelijkheid kijken naar wat het programma ons brengt in 2021.
Lees meer

Van de AOW-leeftijd tot de winkelstraat, van thuiswerken tot de democratie

Een uitgestorven Rotterdamse winkelstraat. ANP PIETER STAM DE JONG

13 kansrijke winnaars en mogelijke verliezers van de coronacrisis

In oorlog en crisis worden de kaarten opnieuw geschud en dat is in deze crisis niet anders. Na afloop zijn er nieuwe machthebbers, nieuwe technieken, nieuwe gewoonten. We lopen dertien kansrijke winnaars en mogelijke verliezers langs. Van de AOW-leeftijd tot de winkelstraat. Van videovergaderen tot de democratie.

‘Never waste a good crisis’ zei Winston Churchill, en dus zijn er ook altijd bedrijven en belangen die in een crisis een kans zien. Zoals op de ochtend van donderdag 26 maart 2020, toen enkele tientallen Nederlandse multinationals en exporterende branches samen met ondernemerslobby VNO-NCW de koppen bij elkaar staken met de bewindslieden Sigrid Kaag (D66, export) en Hans Vijlbrief (D66, belastingen). De inzet: als de ontwikkeling rond de Corona-pandemie er ook maar enigszins de mogelijkheid voor biedt, moet Nederland qua export als eerste uit de startblokken schieten, om de concurrentie een slag voor te zijn. Anders gezegd: het gaat niet alleen om bestaande exportmarkten. Nee, Corona is ook een kans. Corona leidt niet alleen tot verliezers. Er zijn ook winnaars.
Read more

De open samenleving en haar vrouwen

‘Inclusiviteit is het (vrouwelijke) toverwoord – een gevaarlijke en infantiele fantasmagorie’

In zijn ‘De Open Samenleving en haar Vijanden’ opent de Oostenrijks-Britse filosoof Karl Popper de aanval op Plato, Hegel en Marx, de filosofische wegbereiders van centraal geleide politieke systemen en historische wetmatigheden. Het wereldberoemde werk, dat in 1945 verscheen, is waarschijnlijk een van de meest hartstochtelijke pleidooien voor democratie en individuele vrijheid en tegen totalitarisme die ooit zijn gehouden.

‘Het streven naar vrouwenbevrijding is in de afgelopen decennia gemuteerd tot een ideologie met sterke totalitaire trekken’
Aan actualiteit hebben Poppers gedachten niet ingeboet. De totalitaire bedreigingen van de vrijheid openbaren zich graag onder de vlag van de een of andere vrijheidsstrijd. Dit geldt niet alleen voor (neo)marxisten, (neo)nazi’s of radicale islamieten. Men neme een willekeurig, begin jaren tachtig verschenen exemplaar van het feministische damesblad Opzij. Vervolgens vervangt men uit het een of andere artikel het woord ‘man’ door ‘slaaf’, ‘zigeuner’ of ‘jood’. Het resultaat is verrassend: met een beetje geluk (of pech) worden we geconfronteerd met een epistel dat niet zou misstaan in de boekenkast van welke racistische scherpslijper dan ook.

Nu zou men natuurlijk kunnen tegenwerpen dat iedere revolutie haar radicale, Jakobijnse fase kent die vanzelf wel weer overgaat. Men zou ook zijn schouders kunnen ophalen over zoveel onzin, ware het niet dat deze dames en hun (geestelijke) nazaten het politieke discours al sinds decennia in hoge mate bepalen.

Deze (vrouwelijke) achtenzestigers en hun dochters hebben niet alleen de emancipatie doorgezet, een vrijheidsstrijd die het inderdaad verdiende ondersteund te worden. (Pas in 1957 werden getrouwde vrouwen in Nederland juridisch handelingsbekwaam. Voor die tijd dienden zij zich te vervoegen bij de man van dienst). Het streven naar vrouwenbevrijding is in de afgelopen vier, vijf decennia gemuteerd tot een ideologie met sterke totalitaire trekken. In zekere zin is zij in haar Jakobijnse fase blijven steken.

‘De overweldigende meerderheid van degenen die in 2015 de binnenstromende illegalen bejubelden waren vrouwen’
Binnen de Atlantische cultuur heeft het feminisme belangrijke thema’s bezet zoals ‘de natuur’, ‘vrede’, ‘bewapening’, ‘mannen’, ‘mensenrechten’. Met een mengeling van diepe verontwaardiging en geraffineerde berekening wordt de wereld, dan wel het blanke mannelijke deel daarvan, op agressieve wijze met verwijten en directieven bestookt. Die ‘politiek correcte’ verontwaardiging is niet alleen uiterst selectief, zij bedreigt ook de cultuur van waaruit zij ageert.

Een voorbeeld. De overweldigende meerderheid van degenen die in 2015 de binnenstromende illegalen bejubelden waren vrouwen. Een ongeveer even overweldigende meerderheid van die migranten waren mannen en jongens in de zeer vruchtbare leeftijd tussen 15 en 35 jaar. Hier is niet de vraag relevant hoe groot de vrouwelijke animo geweest zou zijn wanneer het omgekeerde het geval was geweest, dus wanneer een vloedgolf van mooie, jonge Sheherazades het continent had overspoeld. (De vraag stellen is hem beantwoorden, lijkt mij). Relevant is dat agressie van de eigen mannen en jongens nadrukkelijk werd en wordt getaboeïseerd, terwijl die van archaïsche culturen op de koop wordt toegenomen, of erger. Het is, al dan niet bewust, een frontale aanval op zowel de culturele en nationale identiteit als op de open samenleving, begrippen die nauw met elkaar verbonden zijn, of dat in ieder geval waren.

Wat de nationale identiteit betreft is het misschien nuttig om op deze plek nogmaals de woorden van de grote Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga te memoreren. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog maakte hij een onderscheid tussen ‘patriottisme’ en ‘nationalisme’. Patriottisme, aldus Huizinga, is ‘de wil tot handhaving en verweer van wat eigen en dierbaar is…’ Nationalisme daarentegen omschrijft hij als ‘de machtige drift tot heerschappij, de zucht om het eigen volk of den eigen staat te laten gelden voor, boven en ten koste van andere.’

Weerbaarheid en verdediging van de eigen cultuur, van de eigen grenzen, zijn intussen belaste (mannelijke) begrippen. Inclusiviteit is het (vrouwelijke) toverwoord – een gevaarlijke en infantiele fantasmagorie.

Zowel het marxisme-leninisme als het nationaalsocialisme ontwierpen synthetische mensbeelden die ver van de werkelijkheid, in ideologische petrischaaltjes, werden ontwikkeld. In de alledaagse praktijk waren zij niet levensvatbaar. Er bestond geen ‘socialistische persoonlijkheid’, geen ‘Übermensch.’ Alle pogingen om deze Frankenstein-constructies tot leven te wekken zijn jammerlijk mislukt en voorgoed gediscrediteerd.

Ook de (‘vrouwelijke’) poging een ‘witte hermafrodiet’ te ontwerpen die zijn archaïsche antithese zal omarmen is een perversie die tot mislukken is gedoemd. Al doet een blik op het culturele, politieke en academische establishment anders vermoeden: vrijheid in een open samenleving bestaat uitsluitend bij de gratie van begrenzing en de wil deze grenzen te verdedigen, zowel territoriaal als individueel. Wie meent dat, als je het maar hard genoeg hoopt en roept, alle mensen broeders en zusters zullen worden zal zijn of haar luchtrijk van de dromen waarschijnlijk niet op eigen kracht kunnen verlaten.”Door: Jan Herman Brinks , 15:26, 23 september 2019

Leestijd 4 minuten

“Het is een dag van niks. De zomer duurt al eeuwen en is nog lang niet voorbij. Sjef en ik liggen op onze rug op het betegelde voetbalveldje achter ons huis. Met „ons huis” bedoel ik zijn studentenkamertje, waar ik in het begin van de vakantie met drie schone onderbroeken en een jurk naartoe ging en sindsdien niet meer vandaan ben gekomen.

„Wat zullen we doen?” vraag ik.

„Hoezo?” Hij draait zich naar me toe.

Ik heb zin om zijn neus in mijn mond te stoppen, sproeten en al.

„We doen toch al wat,” zegt hij.

„Ik verveel me.”

Hij haalt zijn schouders op.

„Leer me eens iets,” zeg ik.

„Wat dan?”

„Gewoon.”

Sjef kijkt naar de lucht. Ik kijk met hem mee. Vroeger wilde ik dit heel graag, zo naast iemand liggen. Nu heb ik Sjef en ik ben aan hem gewend geraakt. Ik merk amper nog of hij er is of niet.

Hij pulkt iets tussen zijn tanden vandaan. ‘Ik kan je wel een sjekkie leren rollen, maar het ligt binnen.’

„Ga halen dan.”

Hij zucht, staat op en sloft weg. Klopt het stof van zijn lichtblauwe korte broek. Mijn moeder zegt altijd: als je weet dat je niet gaat strijken, moet je ook geen linnen kopen.

Sjef draait zijn voordeur open en ik kijk hoe een vliegtuig een streep trekt in de felle blauwe lucht. Daar zitten allemaal mensen in. Ze gaan naar huis of naar de zon. Voelen ze zich schuldig, al die kerosine? Ik ben een held dat ik thuisblijf. Ze zullen later zeggen: mensen zoals zij hebben de wereld gered.

Daar is Sjef. Ik ga rechtop zitten.
Read more

‘Zo vernietigt men de legitimiteit van verkiezingen en van de democratie’

ESSAY
Sid Lukkassen – Er is een brede flank ontstaan van partijen en bewegingen die worden uitgesloten van invloed

“Momenteel verzamel ik op VoordeKunst fondsen voor een briefwisseling over polarisering. In Nederland werd de polarisering merkbaar tijdens het tijdperk van Pim Fortuyn. Hij maakte destijds een analyse die nog steeds relevant is: vroeger was de elite nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultur en patriottisme, terwijl de arbeiders zich oriënteerden op de internationale klassenstrijd. Maar in de jaren negentig sloeg dit om: bedrijven profiteerden van outsourcing en open grenzen, dus ook de elite werd zeer mobiel. De nieuwe elite was ‘wereldburger’ en identificeerde zich met transnationale instituties zoals de EU. Juist de arbeider bleef aangewezen op de directe leefomgeving – de werkende klasse werd nationalistischer en keerde zich tegen de open grenzen.

‘Zo ontstaat er deugspeak: specifieke woorden die het signaal versturen: ‘Ik hoor bij de club’
Op 14 juli presenteerde de tv-talkshow Filosofisch Kwintet een uitzending over elitevorming. Die uitzending liet precies zien wat er mis is: de intellectuelen aan tafel probeerden het begrip ‘elite’ te definiëren en terloops kwam de vraag ter sprake of ze zelf ook niet wat elitair waren. Die vraag bleef zweven maar tussendoor werd er nog wel gewaarschuwd tegen populisme. Er werd een sneer gemaakt naar Thierry Baudet en natuurlijk werd als ‘verplicht nummer’ de kwetsbare positie van minderheden onderstreept. Het belangrijkste wat we hieruit meenemen – en wat ik ook in mijn boek Kerkgangers en Zuilenbouwers (2018) laat zien – is dat politieke correctheid de sociale mobiliteit beknelt, wat uitmondt in een nieuwe verzuiling met bijbehorende spraakcodes.

‘Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit’
Wie dit laatste ziet en begrijpt kan ons hele tijdgewricht doorgronden: alle puzzelstukken vallen op hun plaats. De deugbalts, zo noem ik de sleutel tot deze puzzel. De deugbalts betekent dat een ekster niet kan paren met een meeuw: de vogels maken verschillende zanggeluiden. Zo ontstaat er deugspeak: specifieke woorden die het signaal versturen: ik hoor bij de club – sleutelwoorden zoals bijvoorbeeld bij de Vrijmetselarij. Zoals ‘inclusiviteit’ en ‘diversiteit’: zodoende ontstond er op organische wijze een ecosysteem met als grondslag de terminologieën en het wereldbeeld van Nieuw Links. Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit.

‘Ons land hunkert naar vergezichten gebaseerd op realisme, op inhoudelijke gedachtewisselingen en filosofie’
Het probleem is dat er op deze wijze een verstikkende laag politieke correctheid op ons maatschappelijk debat is neergedaald. De feiten kun je niet meer benoemen zonder jezelf verdacht te maken: dit leidt tot uitsluiting op allerlei gebieden. Ondertussen snakt onze samenleving naar visievorming die boven de ‘virtue signals’ uitstijgt, naar debat bóven de verkavelde stellingnames van links en rechts. Ons land hunkert naar vergezichten gebaseerd op realisme, op inhoudelijke gedachtewisselingen en filosofie. Precies hierom ben ik mijn briefwisselingen gestart, om ook met linkse denkers in dialoog te treden – zodat men niet meer om de inhoud heen kan. Want waar de inhoud onbespreekbaar wordt, daar is het volgende stadium een burgeroorlog zoals in het Engeland van Thomas Hobbes (1588 – 1679).
Read more